Zij sturen bij vermissingen honderden vrijwilligers aan tijdens zoektocht: 'Je kan iets doen wat de familie zelf niet kan'

URK • Ma 16 juni 2025 | 6:00 • Maandag 16 juni 2025 | 6:00

Bij urgente vermissingen staat het CPV, Coördinatie Platform Vermissing, vaak klaar om te helpen zoeken. Ze coördineren grote zoekacties waar over het algemeen tientallen vrijwilligers op afkomen. Hoe gaan zij te werk?

Op een parkeerterrein op Urk heeft het Coördinatie Platform Vermissing alle uitrusting uitgestald om aan Omroep Flevoland te laten zien. Normaal gesproken staat de bus op locaties waar vermisten voor het laatst zijn gezien. En normaal gesproken is het een stuk drukker bij de bus.

Want bij de grote zoekacties die het CPV op touw zet, komen vaak tientallen, soms honderden, lokale vrijwilligers helpen zoeken. Neem bijvoorbeeld de vermissing van twee jonge kinderen uit het Groningse Beerta vorige maand: meer dan honderd mensen kwamen op de been om een groot gebied uit te kammen.

Toen de 16-jarige Yoran uit Brabant vermist raakte kwamen er zelfs ruim 1.500 mensen af op een zoekactie. Het CPV wil voorkomen dat bezorgde mensen roekeloos of onveilig gaan zoeken, en komt daarom faciliteren en coördineren.

Dat gebeurt altijd in afstemming met - of zelfs op verzoek van - de politie. Ook als het CPV wordt benaderd door de familie zelf, overlegt de organisatie altijd met de politie of een zoekactie noodzakelijk en gewenst is.

Als de politie groen licht geeft voor een zoekactie, roept het CPV haar eigen vrijwilligersbestand op en komen er daarnaast vaak mensen uit de omgeving van het slachtoffer helpen zoeken. Dat zijn zowel familieleden en vrienden als betrokken burgers, die de vermiste verder niet kennen.

De vrijwilligers van het CPV zijn op zoek naar een nieuwe plek om hun bus en materialen op te slaan. Ze moeten weg op de huidige plek omdat de ondernemer op wiens grond ze staan, gaat uitbreiden. De stichting is een crowdfunding gestart om een nieuw onderkomen te kunnen betalen.

Niks aanraken
"Als mensen aankomen op de plek van een zoekactie, krijgen ze eerst een bord te zien met informatie over de persoon die vermist wordt", laat vrijwilliger Teun Hakvoort zien. "Er staat op welke kleding iemand bijvoorbeeld droeg, maar er staan ook spelregels op voor tijdens het zoeken."

Een belangrijke regel is bijvoorbeeld dat, als mensen iets vinden, ze dat onmiddellijk communiceren en niet zomaar foto's maken.

Vervolgens krijgen mensen een inschrijfformulier, want er wordt heel goed geregistreerd wie er allemaal komen zoeken. Die informatie wordt allemaal gedeeld met de politie.

Ook krijgen de vrijwilligers een veiligheidshesje en een zoekstok. Die kunnen ze gebruiken om in hoog gras of tussen rietkragen te zoeken, en om objecten op te tillen die ze eventueel vinden. Want: aanraken is uit den boze.

2,5 uur zoeken
Het gebied dat wordt uitgekamd wordt rastergewijs ingedeeld in 'zoekgebieden'. Na het ontvangen van de zoekmaterialen krijgen vrijwilligers, ingedeeld in groepen van vier tot zes, zo'n zoekgebied aangewezen.

"De gebieden zijn zo ingedeeld dat een groep het in 2,5 uur helemaal uit kan kammen", vertelt Hakvoort. Daarna kunnen vrijwilligers kiezen of ze door willen, of dat ze stoppen.

Zoekgebieden

Tijdens het zoeken kunnen de vrijwilligers continu in contact staan met het CPV. Ze kunnen via een QR-code in een WhatsApp-groep, die in de bus nauwlettend op een groot scherm in de gaten wordt gehouden.

Als vrijwilligers melden dat ze iets vinden wordt er in de bus meteen gekeken waar in het gebied ze precies zijn, en wordt er geschakeld met de politie en familie van de vermiste.

Slecht aflopen
Het CPV ontstond na de vermissing van Dirk Post op Urk, in 2009. Nabestaanden van Post die destijds hielpen zoeken, gingen ook meehelpen en advies geven bij andere vermissingen. Daar ontstond uiteindelijk het CPV uit.

Helpen met zoeken is natuurlijk mooi om voor de familie te kunnen doen, maar de stichting is zich er maar al te bewust van dat een zoektocht ook heel naar kan eindigen.

"Je kunt iets vinden wat je eigenlijk niet wil vinden", weet vrijwilliger Auke van Slooten. "Daarom dat iedereen die mee wil zoeken ouder moet zijn dan 18 jaar. En als een zoekactie is afgelopen, bieden we altijd slachtofferhulp aan."

Ook mensen die niks gevonden hebben, kunnen achteraf bij slachtofferhulp terecht, "want sommige mensen vinden het alsnog heel heftig om mee te zoeken in zo'n zoekactie", vertelt Van Slooten.

Steentje bijdragen
Of een zoekactie nu wel of niet iets oplevert, het geeft Van Slooten hetzelfde gevoel: "Je hebt iets kunnen doen voor de familie wat zij zelf niet kunnen doen. Namelijk dat hele gebied afzoeken. Je hebt iets bijgedragen aan het geheel."

Gelukkig lopen zoekacties soms wél positief af. Hakvoort: "Als je mensen terugvindt, na twee dagen, en dan ook nog in levende lijve... Dat is in één woord geweldig."

WhatsApp ons!
Heb jij een tip of verbetering? Stuur de redactie van Omroep Flevoland een bericht op 0320 28 5050 of stuur een mail: rtv@omroepflevoland.nl!

Deel artikel